Flikker op met je overgewicht!

 

Vandaag ga ik het eens hebben over een sluimerend onderwerp binnen de gayscene namelijk dikkerdjeshaat. Kijk, dikkerdje dap die op zen zwaar versterkte trap beesten zat te vergiftigen met suiker was natuurlijk jarenlang een vertederend beeld maar binnen de gayscene is de affectie voor de gezette medemens ver te zoeken. Echt uitgesproken wordt deze afkeer zelden, veelal wordt ze binnensmonds geuit of af en toe eens een keer in een losse kreet wanneer één van deze walgelijke creaturen het in hun *vrij letterlijke* bolle hoofd haalt te flirten met een gewone gay. Daarom vind ik het hoog tijd dat ik het voortouw neem en een lans breek voor de overgrote groep gays die gaat rillen van vlees wat kan lillen.

Dik zijn is een keuze, laten we het daar anno 2011 nu gewoon eens allemaal over eens zijn. Wie in deze tijd dik is, is dom, einde discussie. En wie dus dan ook domweg dik blijft, en koppig zijn figuur laat uitdijen die hoort niet thuis binnen het warme bad der gayscene. Er gaan al tijden stemmen op voor aparte cafés, de discussie begon vlak na de invoering van het rookverbod. Als er aparte cafés zouden kunnen komen voor mensen die wel of niet roken (hoewel die er niet gekomen zijn) waarom dan geen aparte cafés voor lekkere gays en voor dikke gays. In Amerika kennen ze het begrip fat-farms al voor mensen die willen afvallen, welnu, laten wij dit concept overnemen maar dan voor de chronisch eigenwijze brede medemens en alle stamcafés de titel “fat-farm” meegeven. Een minimumgewicht erop stellen en vooral geen maximum, en klaar is homo-kees.

Want zeg nu zelf, wat is er nu aantrekkelijker dan een ribbentelbaar, broze jongeman die je vanuit zijn cola-light glimlachend aanstaart? Helemaal niets toch?  Sterker nog, deze zalige trend toont nog maar weer eens de sterke band tussen mode en de gayscene aan. Nergens in de wereld werd zo zwaar gevochten tegen overgewicht als in de mode-industrie. Die vacuümgetrokken pakjes passen je niet zomaar, daar moeten heel wat vingers voor in heel wat keeltjes gaan. Jammer genoeg is de mode de laatste jaren haar toon aan het matigen omtrent de verdikking. Gelukkig dat de gayscene onverminderd hard blijft in haar vuist tegen het vet.

Helaas zijn er ook een heleboel dikkerds die nog tussen de mazen van het herkenbaarheidssysteem door glippen *ironisch nietwaar?*. Dit zijn de dikkerds die veel verdoezelen met hun kledingstijl, en hoewel veel mensen vinden dat het huidige systeem van negeren afdoende is vind ik dat we een duidelijker onderscheid moeten maken. Het is wellicht een goed idee om naar oud-duits voorbeeld een visuele hulpsteun in te schakelen. Een soort van roze speldje in de vorm van een donut? Zodat zelfs de smart-ass dikkerds ons niet meer te slim af kunnen zijn.

Voordat de dikke lezers van deze tekst de hooivorken uit hun mond halen en piepend en waggelend achter me aan proberen te rennen om me te lynchen *niet verwarren met het woord lunchen, wat jullie zo graag doen* wil ik jullie erop wijzen dat het jullie eigen schuld is. Accepteer de schoonheid van de graten en laat het beeld van vlees op je figuur los. Het draait uiteindelijk ook binnen de gayscene om innerlijk en een innerlijk bestaat nu eenmaal uit botten. En DAT innerlijk willen we zien.

 

Big is beautiful??? Slank is subliem,

 

Ruud.

 

 

Woede, kille,stille,verzengende woede. Dat was alles wat er in het hoofd van de jongen omging. ‘En wederom is het gelukt’ zei hij zachtjes in zichzelf terwijl hij naar het beeldscherm staarde. Hij had ook beter moeten weten en niet zo veel moet denken verwachten plannen en bovenal hopen. ‘Ik leer het ook nooit’ verzuchte hij weer eens voor de afwisseling. Alles binnenin de jongen werd koud, zijn gedachten, zijn gevoelens en ook zijn lichaam alsof ze gehoor gaven aan de diepe koele teleurstelling die door zijn lichaam raasde.

Het leek allemaal zo mooi geregeld en zo goed te gaan, ‘te goed’ corrigeerde de jongen zichzelf in gedachten. Het was allemaal mooi geregeld en leek zo fijn te gaan. Maar nee hoor.

Een week geleden had hij weer eens voor de afwisseling met Erik gechat. Het was al weer een tijdje geleden en hij vroeg zich af hoe het met Erik ging. Het begon goed en gezellig en wetenswaardigheedjes werden in spervuur uitgewisseld. Met het verstrijken van de tijd veranderde de sfeer van het gesprek ook en tegen de tijd dat ze in de kleine uurtjes zaten was het een gezellig en speels gesprek geworden. Erik en de jongen spraken af dat ze elkaar snel eens zouden zien bij de jongen thuis en hoewel er geen concrete afspraken werden gemaakt was het toch een zeer aangenaam idee.

De dag erop kwam Erik weer online maar de sfeer was dit keer direct anders. Erik had een beetje stress met zijn opleiding zijn vrienden, kortom zijn leven en moest eventjes eruit om frisse lucht te halen. A change of scenery zoals onze engelse vrienden zeggen. De toon van het gesprek was serieus en vrij zorgbarend en de jongen aarzelde dan ook niet om zijn hulp aan te bieden. Een afspraak werd gemaakt om Erik zo snel mogelijk bij hem op te nemen voor een paar daagjes en Erik besloot in de tussentijd even naar een gezamenlijke vriend te rijden om daar even de eerste en hoognodigste stoom af te blazen.

Gezien het late tijdstip waarop dit op zijn zachtst gezegd alarmerende gesprek plaatsvond maakte de jongen zich toch wel zorgen en hij stond erop dat Erik hem op de hoogte hield. Anderhalf uur later had hij nog niets gehoord en stuurde de jongen maar snel een smsje om te kijken waar en hoe het met Erik was. Een reactie volgde vrij snel en een beetje gerustgesteld dreef de jongen naar dromenland. Vanaf dat moment was Erik niet meer te bereiken. De afspraak kwam steeds dichterbij en een onrust en angst sloegen de jongen om de oren.

Hij probeerde Erik te bellen, steeds weer. Maar iedere keer dat hij belde was er oftewel de monotone voicemail die hem begroette of een lang uitgesponnen wachttoon die niet beantwoord werd. De dagen tikten verder en de afspraak kwam alsmaar dichterbij. Hoewel de afspraak duidelijk gemaakt was, baarde het de jongen zorgen dat hij sindsdien niet meer met Erik had gesproken en gezien diens onvoorspelbare gedrag was het niet ondenkbaar dat de afspraak geannuleerd zou worden.

En nu is het vandaag. De dag voor de afspraak. De jongen houdt het niet meer en belt een gezamenlijke vriend op om te kijken of die Erik wel kon bereiken. Hoewel het die vriend moeite had gekost was het hem toch gelukt Erik te bellen en scheen het weer goed te gaan met Erik. Erik had zelfs nog terloops vermeld dat de noodzaak voor het bezoek eigenlijk wel weg was en dat hij niet meer zo nodig hoefde te komen.

Verdwaasd vroeg de jongen of de vriend dat nog eens kon herhalen. Terwijl de zin werd herhaald voelde de jongen hoe hij totaal opstandig,wazig,kwaad,verdrietig kortom een stortvloed van emoties werd. De jongen sloot het gesprek netjes maar vrij kort af en ging op bed zitten met zijn laptop op schoot. Het was Erik weer gelukt, weeral had Erik een afspraak gemaakt en weeral liet Erik het door vaagheid en onbereikbaarheid stuklopen. Hopende dat de jongen het ook zou vergeten of dat het gewoon zou wegebben en doodbloeden.

De jongen besloot al zijn pogingen contact te krijgen met Erik te staken, en te kijken of Erik nog het lef zou hebben om zelf af te bellen. Vooralsnog zonder succes. De kille woede, de kille,stille en verzengende woede nam af terwijl hij de laptop sloot en wegzette. Weemoed, verdriet en een gevoel alsof er iets geknakt en gebroken was ergens diep in zijn gedachten namen de plaats in van de woede.

De jongen ging op bed liggen, trok de deken hoog over zich heen, sloot zijn ogen en zei zachtjes tegen zichzelf ‘leer er nou eens iets van jij sukkel, leer er toch eens van’. Maar hij wist dat hij er nooit iets van zou leren, en dat hij dezelfde fout zou blijven maken, liever te goed van vertrouwen dan cynisch richting de toekomst staren. Maar toch hoopte hij dat momenten als deze niet meer zouden voorkomen, tegen beter weten in hoopte hij dat. ‘Ach jah’ zei de jongen terwijl hij zijn ogen sloot, ‘volgende keer beter’. En hij dwong zichzelf in een droomloze slaap.

De Afspraak

maart 4, 2010

Met een ferme geeuw rekt de jongen zich uit terwijl hij langzaam rechtop komt. Zachtjes in zich zelf mopperend loopt hij naar de wastafel en kijkt naar zijn verlopen gezicht. ‘alles wat stilstaat bederft’ zegt hij tegen zichzelf en hij pakt zijn kleren en handdoek om zich te douchen. Het is nu al tijden een routine geworden, een routine waar hij zich langzaam maar zeker in heeft vastgesleten. Opstaan, douchen, naar school gaan en vervolgens terugkeren in zijn isolement.  Een onbestemde melodie neuriënd op een zelfbedachte tekst zet de jongen de kraan aan. Het warme water haalt hem uit zijn gemijmer en dwingt zijn geest net zo wakker te worden als zijn lichaam. Energie stroomt vanuit onbekende plekken zijn lichaam naar binnen en hij voelt hoe hij zich gereedmaakt voor weeral een dag.

De glimlach, een vast attribuut van zijn act wordt tevoorschijn getoverd, evenals zijn humor-mode, een perfect schild tegen vragende blikken van anderen en tegelijkertijd een rookgordijn voor interne twijfel. Hij scheert zich, doet zijn favoriete eau de cologne op, kleedt zich aan en ruikt de geur van broodjes vanuit de keuken naar hem lonken. Hij combineert het altijd, hij doet de broodjes in de oven voor hij zich gaat douchen, en eer de oven de juiste temperatuur heeft en de broodjes mooi gaar heeft gebakken, is hij klaar. ‘Dit wordt de perfecte dag’ houdt hij zichzelf voor, er al eigenlijk niet meer in gelovend, maar zonder hoop is alles verloren, dat beseft ook hij.

Het is vroeg, veels te vroeg voor zijn gevoel, en zijn humeur is dan ook niet opperbest terwijl hij de trein instapt. Een dagelijks ritueel, evenals het douchen/ontbijten.  Hij pakt zijn gratis krantje, hobbelt evenals de rest van de grijze massa de trein in en precies om 7 uur vertrekt de trein naar zijn bestemming.  Ook nu weer, net als alle andere dagen zijn de coupés volgeladen en ook zijn vier-zittertje wordt getergd door omstanders. Gelukkig heeft de jongen zijn mp3-speler bij de hand om zichzelf zo af te sluiten voor alles om hem heen. De muziek van vervlogen tijden,galmt in zijn oren en verkort de reistijd voor zijn gevoel aanzienlijk. De schooldag verloopt zoals alle dagen, kalm voortkabbelend. De medestudenten spreken hem niet al te vaak aan en hij kan nog altijd de schijn van vrolijkheid ophouden, iets waar hij dankbaar voor is.

Zijn gedachten dwarrelen af naar Noah, de jongen die hij vier dagen eerder had ontmoet. Voor het eerst in dagen siert een oprechte glimlach zijn gezicht terwijl hij denkt aan hoe hij eindelijk zijn schuwheid overboord had gezet en hoe hij Noah had uitgevraagd. De reactie was positief, en de jongen was dan ook bijna vierentwintig uur per dag bezig met het plannen van de middag die ze samen zouden doorbrengen. Hij komt thuis, nadat hij weer de treinreis heeft getrotseerd, die hem ditmaal terug naar zijn kamertje brengt. Thuis aangekomen zet hij direct zijn pc aan en neemt opgewekt plaats op de stoel.  MSN wordt opgestart en bijna direct ziet hij Noah’s naam flikkeren. Hij moet in zichzelf lachen voor de onwillekeurig gemaakte woordgrap flikkeren als hij merkt dat Noah iets begint te typen.

‘Het spijt me maar ik heb slecht nieuws’, is de eerste zin die over zijn scherm trekt. Alle opgewektheid die zich in zijn dag had opgestapeld verdwijnt meteen en maakt plaats voor de zorgvuldig opgeborgen doemscenario’s die hij al had opgesteld in het achterste van zijn hoofd. ‘oww, wat dan?’ typt de jongen terug, inwendig blij dat MSN de trilling in zijn stem en gedachten niet kan overbrengen. ‘Nou ja,  ik moet afzeggen voor de date, of ja, k vind je aardig en zo, maar ik zie je enkel als vriend snap je, dus ja, doe maar niet dan.’ Een vlies trekt over het gezichtsveld van de jongen en hij voelt hoe hij verstrakt. Een paar tellen lang lijkt alles stil et staan en stokt alles, zijn adem, zijn hartslag,zijn verstand. Blij dat Noah hem niet kan zien trekt de jongen een vreselijk zuur gezicht maar typt moedig een antwoord terug. ‘ach jah, dat is wel jammer dan, maar goed. Niets aan te doen’.

De jongen zet MSN direct weer uit, alsof hij geschrokken is van de macht van dit medium. ‘Alles wat stilstaat bederft’ denkt de jongen weer bij zichzelf, ‘maar wat als je de stilstand niet kunt tegenhouden, wat als het bederf zich om je heen voltrekt zonder dat jij daar nog een rol in kunt spelen?’. In gedachten zet hij weer een streepje achter het woord mislukt, het teveelste streepje voor zijn gevoel. Achter het woord succes, staan slechts weinig streepjes, in half verlopen inkt, omdat het succes wat ze opbrachten op zijn best dubbelzinnig was te omschrijven.

‘Alles wat stilstaat bederft’ mompelt de jongen nog een keer, terwijl hij richting zijn bed loopt en vrij vroeg gaat slapen. Zich meer en meer bewust van de stilstand van zijn leven, hij ruikt,voelt,en ziet het bederf meer en meer op zich af komen, maar blijft denken, “alles komt goed, in welke vorm dan ook, alles komt goed”.

Er was eens een klein meisje genaamd Elsa Lennearts. Ze woonde in een klein dorpje aan de rand van een bos waar de moderne dingen van de grote steden slechts langzaampjes naar binnen sijpelden. Elsa had een nogal vreemde hobby voor een meisje van haar leeftijd maar dit kwam door de ontmoeting met een vreemde oude vrouw die ze had rond haar zesde.

Elsa liep wat door het bos met haar vriendjes toen ze plots een oude vrouw aan de overkant van een veld zagen staan. De vrouw gebaarde naar de kinderen dat ze naar haar toe moesten komen en enkel Elsa was dom of dapper genoeg (dat mogen jullie zelf beslissen) om naar de vrouw toe te gaan.

“Ik heb hier iets voor jou” zei de vrouw tegen Elsa, “Dit is een zeer speciale pen met onzichtbare inkt”. “speciaal?” siste Elsa de vrouw toe (ze was nog volop bezig met het wisselen van haar tandjes en kon zodoende een sissend geluid niet onderdrukken bij iedere S klank die ze maakte). “Die pennen bestaan al lang hoor, zulke pennen heb ik al thuis”. “Dat kan zo zijn meisje” sprak de oude vrouw onbewogen verder “maar deze pen is toch speciaal omdat de inkt van deze pen nooit opraakt”.”je kunt er altijd mee blijven schrijven, en zodra je wilt, kun je de onzichtbare letters weer zichtbaar maken door met de achterkant van de pen zachtjes te wrijven over het papier”.

Ik hoef de lezer natuurlijk niet uit te leggen dat Elsa direct al een stuk meer onder de indruk was van de pen en hem graag wilde hebben. Glimlachend gaf de oude vrouw de pen aan Elsa en zei nog, “deze pen heeft eigenlijk iedereen, maar jij bent een van de weinigen die hem in penvorm heeft”. Elsa met haar zes jaartjes snapte uiteraard niet wat de heks bedoelde met die zin en ging breed lachend naar huis om de pen aan al haar vriendjes the showen.

Ze had de pen al enkele jaren in bezit en vooral gebruikt voor grappige dingetjes totdat Elsa besloot er een vaste taak aan te geven. Dit zou de vreemde hobby worden, als je het al als een hobby kunt zien. Vanaf haar negende besloot Elsa alle namen van mensen en dingen op te schrijven in onzichtbare inkt. Zodra deze dingen weg zouden vallen, of dat de mensen zouden sterven dan zou Elsa met de achterkant van de pen over het papier wrijven en dan zouden de namen weer mooi opblinken in haar boekje, opdat ze, ze nooit zou vergeten.

De oude vrouw had woord gehouden dacht Elsa jaren later. Haar pen was nog altijd even vol als altijd en had nog niet een keer gehaperd of verschijnselen van uitdrogen vertoond. Elsa heette inmiddels al niet meer Lennearts maar was al jaren gelukkig getrouwd met Bram Vliegers die uit de ‘grote stad’  kwam. Zodoende heette Elsa Vliegers met de achternaam en was ze ook verhuisd naar de grote stad waar ze samen drie jonge kinderen hadden gekregen. Op wat huisdieren na had Elsa vooralsnog gelukkig weinig namen zichtbaar hoeven te maken in haar boekje.

De dingen die ze wel met plezier zichtbaar had gemaakt waren haar vakanties met Bram en de verhuizing naar de grote stad. Om de zoveel tijd bladerde Elsa door haar boekje om zo de herinneringen na te kijken.

Elsa werd ouder en ouder, de lijst met namen die ze zichtbaar moest maken, begonnen met haar ouders, nam langzamerhand toe. Vrienden, ooms,tantes en buurtgenoten werden beetje bij beetje zichtbaar gemaakt in Elsa’s boekje terwijl ze dan zacht snikkend dacht over hoezeer ze die persoon wel niet zou missen. Ook waren er veel mooie zaken die Elsa in haar boekje met de onzichtbare inkt kon noteren, ze kreeg kleinkinderen en haar vriendennetwerk bleef maar groeien tot op een dag zich iets raars voordeed.

De pen die al zoveel jaren trouwe dienst had geleverd begon plots te haperen en de inkt liep stroever dan voorheen op het papier. Waar vroeger sierlijke letters zich direct vormden om vervolgens snel terug te zakken in het papier kwamen nu letters met open stukjes, alsof ze stotterde op papier. Elsa schrok slechts een beetje en dacht bij zichzelf, “ach jah, de pen heeft nu ook al zo lang goede dienst gedaan, eens had het er van moeten komen”. Toch bleef Elsa met de pen schrijven ook al ging het een beetje stroever.

De stroefheid werd helaas niet minder, en de hakkelige manier waarop de pen werkte nam ook steeds meer toe en Elsa begon zich nu toch wel een beetje zorgen te maken. Ze besloot als een soort test om alles wat ze wilde onthouden met de achterkant van de pen zichtbaar te maken zodat ze het nooit zou vergeten. Tot haar grote schrik kwamen slechts halve letters te voorschijn, woorden die incompleet waren en soms zelfs een complete zin die totaal weggevaagd was. Elsa vergat meer en meer, de pen werd steeds zwakker en droger, alle nieuwe dingen die ze meemaakte en neer  probeerde te schrijven werden slechts half of niet opgenomen op het papier.

Haar kinderen begonnen zich langzaam maar zeker zorgen te maken om hun moeder die allengs de draad in haar leven kwijt leek te raken. Ze vergat op een gegeven moment zelfs dat ze een hondje had gekregen voor haar 70e verjaardag en had zodoende niet met het beestje gelopen of het eten gegeven. Elsa’s jongste dochter Anja vond de hond zacht jankend in de garage toen ze op bezoek kwam om te kijken of het wel goed ging met haar moeder. Hoewel de hond geen blijvende schade had aan de drie dagen zonder voedsel was het wel de druppel voor de kinderen om Elsa niet meer alleen te laten.

Elsa reageerde woest, “ik heb geen hond, kijk dan” en hard schuurde ze met de achterkant van de pen over het papier in haar boekje. “Zien jullie wel, zien jullie het, er komt geen hond tevoorschijn, als ik een hond zou hebben zou die nu op het papier verschijnen”. Toen Anja daarop met de hond de kamer binnenliep schrok Elsa. Haar kinderen hadden gelijk, de pen had haar echt in de steek gelaten.

Ze kon niet geloven dat de pen, haar pen, de pen die altijd alles van haar leven had bijgehouden haar in de steek begon te laten en wel op zo’n grote schaal. Ze bladerde door haar boek heen en het viel haar toen pas op in de volle kracht van de waarheid hoeveel gaten en onvolledigheden er in stonden naarmate je richting het einde van het boek kwam. De pen was al langer gaan hakkelen, maar dit had Elsa steeds afgedaan als tijdelijke kleine probleempjes en inderdaad waren er steeds weer momenten waarop de pen wel vloeiend schreef, zo tussen het midden en het einde van het boekje in.

Nu had Elsa lang geleden met haar dokter een afspraak gemaakt, dat als ze steeds minder zou weten, steeds meer zou vergeten, dat als het er naar uit zou zien dat haar pen echt uitgedroogd raakte, dat de dokter haar dan zou helpen. “Een goede,lange nachtrust doet wonderen voor je geest” had Elsa gekscherend tegen haar kinderen gezegd  toen ze haar beslissing bekend maakte.

Het ging steeds slechter met Elsa, en ze kon het zelf nu ook niet meer ontkennen. Ze kreeg hulp in de huishouding, veel dingen werden voor haar gedaan en Elsa had zich er dan ook in berust dat ze de pen niet meer kon gebruiken voor nieuwe dingen en herinneringen. Ze had gelukkig nog de herinneringen in het begin van het boekje nog, die konden ze haar niet meer afpakken dacht ze tevreden.

Totdat ze op een zondagmiddag weer eens in het boekje ging bladeren, zoals ze om de 2 weken deed sinds ze de pen niet meer zo vaak gebruikte. In het eerste deel van het boek, de trouwdag met haar lieve, met haar,haar….ze wist de naam niet meer… ze raakte in paniek, ze was getrouwd met…“b…BRAM..BRAM” schreeuwde ze tegen zichzelf in haar kleine woonkamer. Snel keek ze in het boek en zocht de datum van haar trouwdag. Ze kon hem niet vinden. Ook op de pagina van haar trouwdag stonden plots gaten en onvolledigheden. Iets wat niet kon, Elsa wist zeker dat de pen het toen wel nog goed deed. Haar pen had haar toen toch nog niet in de steek gelaten?

Ze bladerde verder terug in het boek en zag dat er overal oneffenheden opdoken, zelfs haar vroegste en mooiste herinneringen waren aangevreten door de afbraak van de pen. Ze keek nog één keer naar de dag van haar trouwen, en zag de vele gaten op het papier. Ze dacht nog één keer aan haar Bram, die ze, zo besefte ze vol schrik, bijna vergeten was, en belde toen haar dokter.

“Het is zover” zei ze tegen de man “morgenmiddag gaat het gebeuren”. De ochtend erop stond ze op,vastberaden als ze was. Ze huilde nog één keer om alles wat ze vergeten was, pakte een gom, liep naar het boek en begon alles uit te gummen. Toen ze klaar was ging ze op bed liggen en wachtte totdat de dokter komen zou.

Reizen met de Trein

maart 4, 2010

Zacht ruisend reist de trein door het koude landschap.
Het maagdelijke wit her en der verminkt door de sprongen van een brutale vogel vermengt zich met het roestige bruin van de rails,de steentjes en de betonnen dwarsbalkjes.  De opgehoogde aarden muur die enkel twijgjes telt, welke zich hopeloos proberen te verschuilen tussen al het verblindende wit wordt langzaam kleiner. Grauwe arbeidershuisjes doemen langzaam op. Hun aardse tinten van oranje rood bruin en grijs vermengen zich met de grijze lucht. De kou van buiten dringt zich niet op en enkel een idyllisch beeld vormt zich op je netvlies. Een eenzaam rokende schoorsteen herinnert je dat de moderne wereld niet overal zijn intrede even gestaag heeft gedaan. Afbladderende verf vormt de versiering op de krimpend lijkende woningen. De snelheid neemt af terwijl het station in beeld komt.

De huisjes die ieder minstens één gezin herbergen, mooi weggestopt voor de voor glitter zo gevoelige Randstad maken plaats voor kantoorgebouwen. Geleidelijk word je weer thuisgebracht in de wereld van het klatergoud, de tegenstelling tussen hightech open gebouwen met vooral glas als speerpunt van architectonische en filosofische diversiteit en de kleine massieve huisjes die ik zojuist passeerde kon haast niet groter. Borden met, kantoorruimte te huur, huis te huur, huis te koop flitsen je tegemoet, het steen is gedurig, de eigenaar failliet.
Er wordt gedrongen, er wordt zacht inwendig gevloekt terwijl de trein sissend zijn deuren openstelt om de reizigers er snel uit te kotsen. Het station wordt verlaten en een binnenwijk doemt zich op. Flatgebouwtjes ditmaal, betonnen opslagplaatsen van goedkoop personeel. Her en der oude huizen die door de een of andere monumentenwet beschermd worden en vooral veel steen, weinig groen, weinig mensen. Men lijkt zich binnen op te houden, verborgen achter bijna niet bestaande ramen. Het 2e station doet zich voor, de grote stad is trots op zijn vele verbindingsmogelijkheden maar de infrastructuur is gelijk de stad zelf. Te divers om echt van een succes te spreken.

In de trein kruizen blikken elkaar. Blikken niet bedoeld voor elkaar. je kijkt smachtend naar iemand die echter zijn aandacht op weer een ander heeft gericht, de zeldzame momenten dat zijn en jouw blik kruizen, is er verbazing op zijn gezicht te lezen. Alsof hij pas op het moment dat ik meer dan duidelijk staar, hij zich van mijn bestaan duidelijk wordt. Een vreemde gewaarwording, waarschijnlijk ondergaat hij hetzelfde proces bij de persoon die hij zo professioneel bespiedt. Een wereld van zijdelingse ontmoetingen en langs elkaar heen schuren. Geen woord wordt gewisseld er is geen magie, niets. Hij stapt af.

Een onmetelijk grote groep mensen glijdt in de trein. Meer mensen dan stoelen en een opgeschoten groep vormt  zich in de trein. Ergernis onder sommigen, een licht lallend gelach bij anderen die zich al een vervroegd weekend indrinken. Halve liters worden genuttigd alsof het lichte slokjes lucht zijn. Ze hitsen zichzelf op in hun domheid die allengs toeneemt terwijl het aantal halve liters afneemt. De mildste kritiek wordt gezien als een grove schending van hun zuiprecht en wordt dan ook verbaal zwaar afgestraft. De trein schiet een tunnel in en een soort metrogevoel maakt zich meester van de reizigers. Lelijke kleine witte tegeltjes die al jaren geen poetsdoek hebben gezien worden op grove betonnen palen geplakt. Bevreemdend, verstrooiend goedkoop tl-licht valt binnen aangezien de zon hier geen vat heeft op het ritme van de dag en nacht. De dronken feestvierders vleien zich neer op de grond tussen de cabines en ondanks de duidelijk geïsoleerde deuren is hun lacherig gelal duidelijk hoorbaar en ik zet mijn mp3 maar luider om zo aan de invloed te ontkomen.

De tunnel wordt verlaten en langzaam krabbelt de trein naar het 3e station van deze grote stad. Weeral stappen er buitensporig meer mensen in dan dat er uitstappen. Ontevredenheid en irritatie duidelijk af te lezen van hun gezicht terwijl ze beseffen dat de trein voor de zoveelste keer te vol zit. Hoopvol  rondkijkend voor een niet-bestaande zitplek.  De witte sneeuw op de perronen  zo driftig vertrapt en weggesmolten door de hitte van zoveel lichamen collectief op elkaar gestapeld te wachten op hun trein neemt weer in dichtheid toe terwijl de trein van het perron vertrekt. De arbeidershuisjes kondigen de buitenwijken weer aan en zachtjes zoemt de trein weer verder richting mijn bestemming. De warmte nog altijd de illusie gevende dat het buiten een sprookjesachtig winterland is zolang je buiten de steden reist en enkel op de natuur let. Ik sluit mijn ogen en probeer enkel het beeld van witte sneeuw verstoord door vogelsprongen in een weids weiland op mijn netvlies geschilderd te houden en drijf weg op de muziek.

Eerste Blog,Intro

maart 4, 2010

Gezien het grote aantal blogs wat bij vrienden/kennissen en ander gespuis uit de pen vloeit, zag ik mij genoodzaakt om dan ook maar eens een blog te beginnen.

een baken van beschaving tussen de letter-diarree die verveling heet bij mijn mede-bloggers.

Toch rijst echter direct de vrij belangrijke vraag op, ‘waar zal deze blog dan over gaan’. Gelijk het grote aantal aanwezig, zal ook deze blog over niets gaan, althans, enkel over zaken die bepaalde mensen mild zal interesseren direct om mij heen. Mijn intentie was om de blog zachtjes in te wijden en een lekker lulverhaal te houden over gebakken lucht in verschillende vormen. Maar helaas voor de lezer, en wellicht ook voor mij, ben ik van deze gedachte afgestapt en zal al direct een wellicht deprimerend verhaal houden.

vooraleer ik aan dit verhaal begin, zal ik uitleggen wat men op deze blog kan verwachten. Verhaaltjes, gedichten en af en toe een update rechtstreeks uit de prijzenkast van mijn eigen leven. Het eerste deel *dit dus* zal zo’n prijzenkast-update zijn.

Vorige week is mijn Peetoom overleden. Na een vrij lang ziekbed, wat echter pas richting het einde ondraaglijk begon te worden vond de dood het vorige week donderdag dan eindelijk genoeg geweest, en ontfermde hij zich over mijn oom.  Hij had hersentumoren met uiteindelijke uitzaaiingen in zijn longen. Hoewel de mis zeer mooi was en zijn leven goed geschetst werd, riep het toch vragen bij me op die eenieder al dan niet vaak krijgt.

Hij leefde een goed en gezond leven, rookte niet, dronk niet buitenissig, at gezond. Volgens het boekje had hij Methusalem moeten kunnen evenaren en toch wordt hij ziek. Wat is dan toch het doel van alles wat je hier doet, als het uiteindelijk toch buiten je handen ligt wat er met je gebeurt. Waarom zou je nog werken tot je 60e, waarom zou je gezond en goed leven, waarom zou je, je best nog doen? Vragen waar ik zelf helaas ook geen antwoord op heb, dus om te zeggen dat deze blog nut heeft qua antwoorden?, nee. En toch, ieder leeft zijn leven zo goed en zo kwaad als het kan en probeert het einde zo lang mogelijk uit te stellen door zelfs de gedachte eraan te blokkeren.

Zelfs of misschien vooral binnen de kerk wordt de dood van al zijn luister ontdaan en afgedaan als een menselijke conventie. Sterven is, zo zeggen zij, het begin van het eeuwige leven. Een leven wat enkel wordt aangeboden door en verkregen wordt via hun god. De fysische regels van het menselijk leven buiten beschouwing latende zijn er meerdere redenen waarom de logica van een leven na de dood niet toereikend is, zelfs ongeloofwaardig. En die ongeloofwaardigheid zit hem in dat éne woordje, eeuwige. Niets kan eeuwig duren, de term eeuwigheid is een regelrechte aanval op het fundament van ons bestaan namelijk tijd. Alles in een menselijk of dierlijk leven wordt georganiseerd en gestructureerd middels termen van tijdelijkheid. Iets duurt zo lang of kort en is relatief in zijn bestaan en lengte. Het concept eeuwigheid daarentegen botst frontaal met het begrip tijd. dus ook alleen daarom al is deze reddings-gedachte van de kerk een onzinnige gedachte.

Dichter bij de mens geplaatst durf ik hardop te beweren dat ik zelfs niet een leven na de dood zou willen. voor eeuwig leven, wat een vreselijk lot lijkt me dat. Nooit een keer kunnen zeggen, en nu is het genoeg geweest. Nu heb ik er genoeg van. De dood mag me hebben, het is goed en het is voorbij. Nee, middels je geloof word je geketend tot een leven wat tijdloos en eeuwig voortborduurt.

Laat mij maar tijdelijk leven, laat mij maar even op deze aardkloot rondschurken. Mijn doelen zijn simpel, ik leef om te zijn. Ik ben, en zodra ik sterf, begint de afbraak aan mijn herinnering en uiteindelijk zal ik uit de gedachten van ieder die mij lief was en is verdwijnen daar de dood ook hen treft. Ik schrijf,speel,denk,doe en geniet. Herinneringen zullen het zijn wat ik nalaat, herinneringen hopelijk aan een mooi mens. En herinneringen die nog volop in de maak zijn. Want hoewel ik ben overtuigd van de eindigheid van het leven, ben ik er ook van overtuigd dat ik nog wel even te gaan heb. En dat ik nog veel mooie herinneringen mag maken met mensen die mij dierbaar zijn en in de toekomst kunnen worden.

ik zal de blog eindigen met een kort gedicht waarin mijn visie omtrent de dood/het leven erna duidelijk aan bod komen, helderder kon ik het niet zeggen op dat moment.

Liefs,

Ruud.

Leven na de dood

Ik geloof niet in een leven na de dood, dat gaat er bij mij niet in,
Want al was er leven na de dood, heb ik daarin dan wel zin?
Stel je voor, na de almacht van dood is er weer leven,
Tuurlijk dat is leuk, maar wel maar voor even.
Na 10,20 of 100 jaar, dan heb je het toch wel gehad?
Dan mag het toch eens stoppen, hoe gaat het dan verder, wie vertelt je dat?
Ik geloof niet in een leven na de dood, ik wil een garantie dat het stopt,
Want na een leven, lang of kort, moet er niets meer zijn wat klopt.

Hello world!

maart 3, 2010

Welcome to WordPress.com. This is your first post. Edit or delete it and start blogging!

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.